Voor een verwachte reistijd heb je twee dingen nodig: de afstand langs je route en de verwachte snelheid over de grond. Die laatste is de snelheid waarmee je over de kaart opschuift. Je snelheid door het water kan door stroming anders zijn.
Je rekent eerst de vaartijd uit en telt daarna tijd voor bijvoorbeeld wachten, manoeuvreren en aanleggen mee. De uitkomst is een verwachting die je onderweg blijft controleren.
Afstand omzetten in een aankomsttijd
Meet afstand en vaartijd
Zet de punten van de kaartpasser op A en B. Houd die opening vast en verplaats de passer naar de breedteschaal aan de zijkant, ongeveer ter hoogte van je traject. Lees hoeveel breedteminuten tussen de punten liggen: voor dit kaartwerk is 1′ breedte gelijk aan 1 zeemijl. Een zeemijl is 1.852 meter. Gebruik hiervoor niet de lengteschaal boven of onder.
Waarom de zijkant? Op een gebruikelijke Mercatorkaart kun je een breedteminuut als zeemijl gebruiken, ter hoogte van je traject. Meridianen komen op aarde richting de polen dichter bij elkaar; een lengteminuut is bij Nederland daarom veel korter dan een zeemijl. Gebruik bij een andere kaartprojectie de aangegeven afstandsschaal en kaartaanwijzingen.
Is het traject te lang voor één passeropening, meet dan in delen en tel ze op. Een afstandsschaal op je plotter kun je alleen rechtstreeks gebruiken als die overeenkomt met de schaal van de kaart.
Van afstand naar tijd: een snelheid van 5 knopen betekent 5 zeemijl per uur. Voor 4,5 zeemijl reken je 4,5 ÷ 5 × 60 = 54 minuten. Gebruik hiervoor de verwachte snelheid over de grond. Noteer een verwachte aankomsttijd en vergelijk onderweg je echte voortgang daarmee.
Van vaartijd naar totale reisduur
Vaartijd in uren = afstand in zeemijl ÷ snelheid in knopen. Vermenigvuldig met 60 als je minuten wilt weten. Eén knoop is één zeemijl per uur. Let op: 1,5 uur is 1 uur en 30 minuten, niet 1 uur en 50 minuten.
Reken een route met wisselende snelheden per traject uit en tel de tijden op. Meet de werkelijk te varen route: bij kruisen vaar je meer afstand dan de rechte lijn naar je bestemming. Tel wachttijd bij een brug of sluis en tijd voor vertrek en aankomst apart mee. Kies een passende tijdreserve voor onzekerheden; één vaste marge past niet bij elke tocht.
| Onderdeel | Berekening | Tijd |
|---|---|---|
| Traject A → B | 4,5 zeemijl ÷ 5 knopen | 54 minuten |
| Traject B → C | 3 zeemijl ÷ 4 knopen | 45 minuten |
| Wachten en manoeuvreren | Voor deze oefening geschat | 30 minuten |
| Totaal zonder tijdreserve | 54 + 45 + 30 | 129 minuten: 2 uur en 9 minuten |
De berekende aankomst is dus 12:09, vóór een extra tijdreserve. De wachttijd en snelheden zijn verzonnen oefenwaarden. Beoordeel of het plan ook met vertraging nog past bij daglicht, weer en eventuele bedieningstijden. Pas zo nodig het vertrek of de bestemming aan.
Verdieping: voortgang naar je doel
Een hoge snelheid betekent niet vanzelf een korte reistijd. Tijdens het kruisen vaar je schuin op je doel af. Deel dan niet de rechte afstand naar het doel door je bootsnelheid: reken met de geplande slagen en bijbehorende tijden. Ook veranderende stroom vraagt om een nieuwe schatting per traject.
Een navigatieapparaat kan ETA tonen: de verwachte aankomsttijd. Controleer welke route en snelheid het daarvoor gebruikt en of wachttijden worden meegeteld. Vergelijk de voorspelling met je eigen plan.
Bronnen en verdere uitleg:
NOAA · het raster en de inhoud van een waterkaart NOAA · kaartschaal en detail NOAA · dieptecijfers en dieptelijnen NOAA · horizontale en verticale referentievlakken U.S. Navy · kruispeilingen, hoofdstuk 8 (historisch handboek, geometrische methode) RYA · posities verifiëren en de omgeving blijven volgen Blundell Harling · een koers meten met de Portlandplotter Weems & Plath · handleiding koersplotter en afstand meten NOAA · zeemijl en knoop RYA · koers, variatie en deviatie Rijkswaterstaat · voorbereid varenLesopbouw herzien en bronnen geraadpleegd op 8 september 2026. De eigen oefenkaart en plotter zijn schematisch. Alle posities, kustvormen en rekenwaarden zijn verzonnen; de interactieve kaarttafel meet ware richtingen en afstanden en berekent geen stroom- of driftcorrectie. De afzonderlijke stroomdriehoek is een uitgewerkt rekenvoorbeeld. Gebruik aan boord een actuele kaart en de handleiding van je eigen plotter.