Een symmetrische spinnaker gebruikt een boom met
spinnakerboomophouder, spinnakerboomneerhouder en een spinnakerbras
aan loef. Een gennaker wordt meestal zonder boom gevaren, met een
halshoeklijn aan de boeg of boegspriet. Gebruik voor een spinnaker
een spinnakerval en spinnakerschoten; voor een gennaker een
gennakerval en gennakerschoten.
Spinnakerval / gennakerval
1. Top van het extra voorzeil → 2. eigen valblok of
mastschijf → 3. valbediening.De spinnakerval of gennakerval draagt het gehesen zeil. Hij
moet vrijlopen van voorstag en eventuele roller; dit is geen
spinnakerschoot of gennakerschoot.
Aansluiting en loop. Van de zeiltop via het
daarvoor bestemde valblok of de mastschijf naar mast of kuip.
Werking en effect. Hijsen brengt het extra
voorzeil omhoog; gecontroleerd vieren laat het zakken. Bij een
strijkslurf kan daarnaast een afzonderlijke bedieningslijn voor de
slurf aanwezig zijn.
Aan boord. Gebruik de bedoelde spinnakerval of
gennakerval en maximale hijshoogte. Een verkeerd lopende
spinnakerval of gennakerval kan langs de voorstag schavielen of
het oprollen hinderen.
Spinnaker- of gennakerschoten
1. Schoothoek → 2. blok achter op de boot → 3.
spinnakerschoot of gennakerschoot naar de lier.Eén belaste spinnakerschoot of gennakerschoot uitgelicht. De
volledige loop blijft vrij van verstaging en andere lijnen,
volgens het zeilplan.
Aansluiting en loop. Aan de schoothoek(en) van
het extra voorzeil, buiten de normale tuigage volgens het zeilplan
naar achterste blokken en lieren.
Werking en effect. Regelen hoe ver het zeil
openstaat. Gecontroleerd vieren opent; aanhalen trekt de
schoothoek naar de boot.
Aan boord. Een lijn binnen een stag terwijl hij
erbuiten hoort kan het zeil of de manoeuvre blokkeren. Bereid de
volledige loop voor vóór hijsen.
Brassen · spinnaker guys
1. Loefhoek van de spinnaker → 2. via het buitenste boomeind
→ 3. bras naar het achterschip. Bovenaanzicht.De bras regelt de horizontale stand van de boom. Aan lij
regelt de spinnakerschoot de andere zeilhoek; op kleine
systemen wisselt dezelfde lijn van functie.
Aansluiting en loop. Bij een symmetrische
spinnaker draagt de loefzijde via de boom; op grotere systemen
zijn bras en spinnakerschoot aparte lijnen. Op kleinere boten
wisselt dezelfde lijn van functie.
Werking en effect. De bras regelt de
voor-achterwaartse stand van de boom en de loefhoek van de
spinnaker. De lijwaartse spinnakerschoot regelt de andere
zeilhoek.
Aan boord. De fok in vlinderstand uitbomen is een
andere opstelling. Gebruik niet zonder controle dezelfde
brasvoering.
Spinnakerboomophouder en spinnakerboomneerhouder
1. Spinnakerboomophouder vanaf de mast → 2. boom of spruit →
3. spinnakerboomneerhouder naar dek (blauw).Van opzij gezien. De spinnakerboomophouder draagt de boom; de
spinnakerboomneerhouder begrenst omhoogkomen. De spinnakerbras
voor de horizontale stand is hier weggelaten.
Aansluiting en loop. Spinnakerboomophouder vanaf
een hoger mastpunt naar de boom; spinnakerboomneerhouder vanaf de
boom naar passend dekbeslag of een geleiding.
Werking en effect. De spinnakerboomophouder
draagt de boom; de spinnakerboomneerhouder begrenst opwippen.
Samen bepalen ze de boomhoogte, naast de spinnakerbras die de
horizontale stand regelt.
Aan boord. Geen van deze lijnen dient om de giek
te dragen. Laat niemand onder of in de bewegingsruimte van de boom
staan.
Halshoeklijn · tack line (gennaker)
1. Halshoek van de gennaker → 2. boeg- of boegsprietblok → 3.
halshoeklijn naar de bediening.Aanhalen brengt de halshoek lager. Het zeil en de eventuele
roller bepalen hoeveel vieren is toegestaan.
Aansluiting en loop. Van de onderste voorste
zeilhoek via boeg- of boegsprietbeslag naar de bediening.
Werking en effect. Regelt de hoogte en positie
van de halshoek. Meer of minder spanning verandert zeilvorm en
bewegingsruimte.
Aan boord. De toegestane hoogte en belasting
verschillen per zeil en eventuele roller. Niet onverwacht volledig
lossen.
Strijkslurflijn / snufferlijn (spinnaker of gennaker)
1. Mond van de slurf → 2. keerpunt bovenaan → 3.
bedieningslus. Voorbeeld van het bedieningsprincipe.De ene tak trekt de mond omhoog; de andere trekt hem omlaag
over het ontlaste zeil. De spinnakerval of gennakerval om het
hele zeil te hijsen is niet getekend.
Aansluiting en loop. Een bedieningslus loopt
langs de strijkslurf, via het keerpunt bovenaan, naar de mond van
de slurf.
Werking en effect. Trekken aan de ene zijde
schuift de slurf omhoog en maakt het zeil vrij. De andere zijde
trekt de slurf omlaag om het doek bijeen te nemen; daarna kan de
spinnakerval of gennakerval worden gevierd.
Aan boord. Ontlast het zeil vóór je de slurf
omlaag trekt. Houd beide delen van de bedieningslus vrij van
spinnakerschoten of gennakerschoten en verstaging.
Spinnakertweakers / barberhaulers
1. Ring of blok om de spinnakerschoot (blauw) → 2. dekblok →
3. tweakerlijn (oranje).Aanhalen trekt het geleidepunt omlaag en verandert de
trekrichting op de zeilhoek. De andere zijde heeft meestal een
eigen tweaker.
Aansluiting en loop. Aan elke zijde loopt de
spinnakerschoot door een ring of blok. Een aparte lijn trekt die
ring naar een daarvoor bedoeld dekblok.
Werking en effect. Aanhalen trekt het geleidepunt
omlaag en verandert de trekrichting op de zeilhoek. Dit kan de
spinnaker rustiger laten staan; vieren geeft meer bewegingsruimte.
Aan boord. De benodigde stand verschilt aan loef
en lij en tijdens een gijp. Trek niet beide zijden zonder reden
strak; gebruik de afgesproken instelling van het spinnakersysteem.