Test op vrij water
Controleer brandstof, koeling en bediening volgens 1.4. Kijk of mensen en lijnen vrij zijn van de schroef. Start met het door de fabrikant voorgeschreven neutraal en lage toerental.
Kies een ruim gebied zonder verkeer of ondiepte. Laat iemand uitkijken terwijl je vooruit, neutraal en achteruit probeert. Schakel met laag toerental en de voorgeschreven pauze, niet rechtstreeks van hard vooruit naar hard achteruit.
Vooruit en achteruit sturen
Vooruit ontstaat roerwerking door water langs het roer. In neutraal houdt de boot nog vaart en kun je vaak nog sturen. Achteruit heeft de boot eerst tijd nodig om daadwerkelijk achterwaarts te bewegen. Houd een helmstok stevig vast: achteruitstroming kan hem plots uitslaan.
Bij achteruitvaren met een gewone helmstok beweegt het achterschip naar de kant waar je de helmstok heen brengt. Test kleine uitslagen. Een meedraaiende buitenboordmotor stuurt anders dan een vaste schroef met los roer; ken jouw inrichting.
Herken schroefwerking
Geef op ruim water vanuit vrijwel stilstand kort achteruit en kijk naar het achterschip. Een vaste schroef kan het zijwaarts wegzetten voordat het roer voldoende werkt. Noteer de richting voor jouw boot; leid die niet af uit een algemene regel voor een ander type schroef.
Gebruik bij kort draaien beheerste motorimpulsen en tussendoor neutraal om de reactie te beoordelen. Wind kan de boeg intussen wegduwen. Neem die verplaatsing mee voordat je dicht bij een steiger draait.
Afbreken bij een afwijking
Reageert de bediening niet zoals verwacht, neem gas terug en controleer de beschikbare uitweg. Klinkt een alarm of valt de koeling weg, handel volgens de handleiding en houd de boot uit gevaar. Ga niet herhaaldelijk gas geven om een onbekende storing te overwinnen.
Bronnen en verdere uitleg:
KNRM · motorstoringGeraadpleegd op 7 september 2026. Bedieningsdetails hangen af van de aanwezige uitrusting. De voorbeelden zijn oefensituaties.