Bijzondere lijnen
Deze lijnen komen voor bij speciale trim of een afwijkend tuig. De lijnen voor spinnaker en gennaker staan in paragraaf 4.5.
Fokneerhaler · jib downhaul (indien aanwezig)
Aansluiting en loop. Vanaf de top van een hijsfok langs het voorlijk naar een blok bij de boeg en terug naar de bedieningsplek; de uitvoering verschilt.
Werking en effect. Tijdens gecontroleerd vieren van de fokkenval trekt deze lijn de fok naar beneden. Hij dient niet voor het trimmen van een rolfok.
Aan boord. Haal niet tegen een nog vastgezette fokkenval in. Houd het neergehaalde doek en alle lijn uit het water.
Barberhauler / inhauler / uithaler (optioneel)
Aansluiting en loop. Een aparte lijn trekt via een ring of blok de fokkenschoot of schoothoek naar binnen, buiten of omlaag; alleen aan daarvoor bedoeld beslag.
Werking en effect. Verandert de trekrichting zonder de hoofdwagen te verplaatsen. Te ver naar binnen kan de ruimte tussen fok en grootzeil dichtzetten.
Aan boord. Controleer zeilvorm en belasting na kleine wijzigingen. Een railingdraad is geen vanzelfsprekend belastbaar bevestigingspunt.
Bakstagen en checkstays (indien aanwezig)
Aansluiting en loop. Extra steun vanaf een mastpunt naar achterlijk dekbeslag aan beide zijden, vaak met takel of lier.
Werking en effect. Ondersteunen mast of binnenvoorstag en beïnvloeden mastbuiging. Welke zijde moet dragen hangt van tuig en manoeuvre af.
Aan boord. Dit is mastondersteuning, geen gewone zeilschoot. Een verkeerde wissel kan de mast in gevaar brengen; uitsluitend bedienen volgens het tuigplan.
De schema’s zijn vereenvoudigde illustraties. Bronnen en toelichting bij dit hoofdstuk.