Hoofdstuk 4 · Lijnen en componenten aan boord

4.4 Bijzondere lijnen

Bijzondere lijnen

Deze lijnen komen voor bij speciale trim of een afwijkend tuig. De lijnen voor spinnaker en gennaker staan in paragraaf 4.5.

Fokneerhaler · jib downhaul (indien aanwezig)

Fokneerhaler · jib downhaul (indien aanwezig): aansluiting en werking 1. Top van de hijsfok → 2. blok bij de boeg → 3. neerhaallijn naar de bediening. Bij het trekken moet de fokkenval gecontroleerd mee uitlopen. De neerhaler trekt het zeil langs het voorlijk omlaag. boeg kuip 1 2 3
1. Top van de hijsfok → 2. blok bij de boeg → 3. neerhaallijn naar de bediening.Bij het trekken moet de fokkenval gecontroleerd mee uitlopen. De neerhaler trekt het zeil langs het voorlijk omlaag.

Aansluiting en loop. Vanaf de top van een hijsfok langs het voorlijk naar een blok bij de boeg en terug naar de bedieningsplek; de uitvoering verschilt.

Werking en effect. Tijdens gecontroleerd vieren van de fokkenval trekt deze lijn de fok naar beneden. Hij dient niet voor het trimmen van een rolfok.

Aan boord. Haal niet tegen een nog vastgezette fokkenval in. Houd het neergehaalde doek en alle lijn uit het water.

Barberhauler / inhauler / uithaler (optioneel)

Barberhauler / inhauler / uithaler (optioneel): aansluiting en werking 1. Ring om de fokkenschoot (blauw) → 2. sterk dekbeslag met blok → 3. aparte trimlijn (oranje). De trimlijn verplaatst het geleidepunt en verandert de trekrichting van de fokkenschoot. Naar binnen, buiten of omlaag hangt van het dekbeslag af. 1 2 3
1. Ring om de fokkenschoot (blauw) → 2. sterk dekbeslag met blok → 3. aparte trimlijn (oranje).De trimlijn verplaatst het geleidepunt en verandert de trekrichting van de fokkenschoot. Naar binnen, buiten of omlaag hangt van het dekbeslag af.

Aansluiting en loop. Een aparte lijn trekt via een ring of blok de fokkenschoot of schoothoek naar binnen, buiten of omlaag; alleen aan daarvoor bedoeld beslag.

Werking en effect. Verandert de trekrichting zonder de hoofdwagen te verplaatsen. Te ver naar binnen kan de ruimte tussen fok en grootzeil dichtzetten.

Aan boord. Controleer zeilvorm en belasting na kleine wijzigingen. Een railingdraad is geen vanzelfsprekend belastbaar bevestigingspunt.

Bakstagen en checkstays (indien aanwezig)

Bakstagen en checkstays (indien aanwezig): aansluiting en werking 1. Bakstag vanaf een hoger mastpunt. 2. Checkstay vanaf een lager punt (blauw). 3. Bevestigingen achter op dek. Schematisch voorbeeld met één zijde uitgelicht. Hoogte, aantal en welke zijde belast moet zijn worden door het tuigplan bepaald. boeg kuip 1 2 3
1. Bakstag vanaf een hoger mastpunt. 2. Checkstay vanaf een lager punt (blauw). 3. Bevestigingen achter op dek.Schematisch voorbeeld met één zijde uitgelicht. Hoogte, aantal en welke zijde belast moet zijn worden door het tuigplan bepaald.

Aansluiting en loop. Extra steun vanaf een mastpunt naar achterlijk dekbeslag aan beide zijden, vaak met takel of lier.

Werking en effect. Ondersteunen mast of binnenvoorstag en beïnvloeden mastbuiging. Welke zijde moet dragen hangt van tuig en manoeuvre af.

Aan boord. Dit is mastondersteuning, geen gewone zeilschoot. Een verkeerde wissel kan de mast in gevaar brengen; uitsluitend bedienen volgens het tuigplan.