Begin bij de installatie van jouw jacht
Een buitenboordmotor met losse brandstoftank vraagt andere controles dan een ingebouwde diesel. Ook koeling, accu’s en afsluiters verschillen. Leg de handleiding van de aanwezige motor en installaties klaar en laat een eigenaar of instructeur de controlepunten aanwijzen.
Maak een eenvoudig overzicht met de motor, brandstofvoorziening, hoofdschakelaar, accu’s, relevante afsluiters en bilgepomp. De bilge is het lage deel binnen in de romp waar water zich kan verzamelen.
Vóór het starten
| Onderdeel | Wat bekijk je? | Wat doe je met een afwijking? |
|---|---|---|
| Brandstof | Hoeveelheid voor de tocht met reserve; zichtbare lekkage, beschadigde slang of ongebruikelijke geur. | Bij brandstoflucht of lekkage niet starten. Laat de oorzaak veilig onderzoeken; vermijd ontstekingsbronnen. |
| Motorvloeistoffen | De toepasselijke peilen volgens de motorhandleiding, bij de daarin genoemde toestand van de motor. | Gebruik het voorgeschreven product en onderzoek onverwacht verlies. Open geen hete, onder druk staande koelvloeistofdop. |
| Accu’s | Of de accu vaststaat, aansluitingen visueel intact zijn en de beschikbare lading bij het gebruik past. | Laat beschadiging, sterke corrosie of ongebruikelijke warmte beoordelen. Voorkom kortsluiting met gereedschap. |
| Bilge | Onverwacht water, olie of geur; ken de normale toestand en controleer de pomp volgens de handleiding. | Zoek de oorzaak. Alleen wegpompen verklaart niet waarom het water binnenkomt. |
| Afsluiters en slangen | Waarvoor elke afsluiter dient; juiste stand voor gebruik; zichtbare lekkage en toestand van slangen. | Zet geen onbekende afsluiter zomaar open of dicht. Laat functie en voorgeschreven stand vaststellen. |
Na het starten
Start uitsluitend volgens de procedure van de motor, met de boot veilig afgemeerd, de bediening vrij en mensen en lijnen uit de buurt van de schroef. Controleer alarmen, meters, geluid en het koelsignaal dat bij deze motor hoort. Bij sommige buitenboordmotoren is dat een controlestraal; andere systemen werken anders.
Ontbreekt de verwachte koeling, blijft een oliedrukalarm actief of verschijnt een ander ongewoon alarm, stop dan volgens de handleiding en onderzoek het probleem vóór vertrek. Een motor die nog loopt kan intussen schade oplopen.
Controleer vooruit- en achteruitbediening alleen waar dat veilig kan, met passende afmering, voldoende ruimte en iemand die de boot bewaakt. Het doel is weten dat de bediening reageert voordat je ervan afhankelijk bent.
Herken de verandering
Voorbeeld: water terug in de bilge
Je pompt de bilge leeg. Even later staat er opnieuw water. Noteer hoe snel het terugkomt en laat de bron onderzoeken. Vertrek niet op basis van ‘de pomp doet het’; de pomp neemt de oorzaak niet weg.
Leg bijzondere waarnemingen vast met datum en toestand: vóór starten, tijdens draaien of na gebruik. ‘Koelwaterstraal ontbreekt bij draaiende motor’ is bruikbaarder dan ‘motor doet raar’. Laat reparaties uitvoeren door iemand met passende kennis.
Algemene controlepunten: KNRM · motorstoring herkennen en voorkomen. Geraadpleegd op 7 september 2026. Voor de bediening en controlewaarden van jouw installatie volg je de bijbehorende handleiding. De voorbeelden zijn uitgewerkte oefensituaties.