Hoofdstuk 2 · De wind leren gebruiken

2.5 Overstag gaan

Maak de andere zijde gereed

Kies vrij water en kijk ook onder of langs de fok naar de nieuwe koers. Vaar met voldoende vaart aan de wind. Kondig de overstag aan; spreek af wie de oude fokkenschoot losmaakt en wie de nieuwe fokkenschoot aanhaalt. Houd giek en schootruimte vrij.

Bij een gewone fok of genua met twee fokkenschoten is de oude fokkenschoot de lijn die het zeil nu op spanning houdt. De nieuwe fokkenschoot loopt aan de andere zijde en neemt dat werk na de draai over. Beide blijven aan de schoothoek van het zeil vastzitten en door hun eigen geleideblok lopen.

Leg de nieuwe fokkenschoot vóór de draai op zijn eigen lier. Leg de slagen van onder naar boven om de trommel, zonder dat ze kruisen. Bij gangbare handlieren is dat met de klok mee, van boven gezien; meestal zijn drie of vier slagen nodig. Volg voor richting en aantal de aanwijzingen van jouw lier. Houd het losse eind klaar om in te halen, maar trek de fok nog niet naar de andere kant. Controleer of de oude fokkenschoot vrij kan uitlopen en meld ‘klaar’.

Draai door de wind

  1. Stuur door de wind. Begin pas na de gereedmelding. Draai rustig maar doorgaand; veel roer remt de boot af. Houd de oude fokkenschoot vast tot de fok begint te klapperen en de trekkracht afneemt.
  2. Vier de oude fokkenschoot en neem hem van de lier. Houd het losse eind vast en haal het uit de klem of, bij een selftailing lier, uit de klembek boven op de lier. Laat de lijn gecontroleerd over de trommel uitlopen. Zodra de spanning eraf is, neem je de slagen van de trommel zodat de fok vrij naar de andere zijde kan. Trek een nog zwaar belaste fokkenschoot niet ineens van de lier.
  3. Haal de nieuwe fokkenschoot in op de andere lier. Terwijl de fok overkomt, trek je de speling vlot met de hand door de voorbereide lier. Kijk of de oude fokkenschoot meeloopt en nergens achter blijft haken. Gebruik bij toenemende belasting de lierhendel om verder aan te halen; houd voldoende slagen om de trommel. Bij onverwachte weerstand stop je en zoek je waar de lijn vastzit.
  4. Stel de fok af en zet de nieuwe fokkenschoot vast. Breng het roer terug bij de nieuwe koers. Vaar zo nodig iets ruimer om vaart op te bouwen en trek de fok daarna verder aan. Borg het losse eind in de selftailer of de bijbehorende klem voordat je het loslaat. Berg de lierhendel op en meld ‘fok klaar’.

Houd vingers weg van de plaats waar de lijn de lier op loopt en sla een fokkenschoot nooit om je hand. De grootschoot blijft op zijn eigen bediening; bij een overstag van aan de wind naar aan de wind kan het grootzeil meestal met dezelfde schootstand overkomen.

Als de boot in de wind blijft steken

Meld dat de manoeuvre niet lukt en controleer de vrije ruimte. Reageert de boot nog, val dan terug naar de oorspronkelijke zijde, bouw vaart op en probeer opnieuw. Blijf niet met veel roer en strak aangehaalde zeilen stil liggen.

Bij achteruitdrijven verandert de roerwerking. Oefen herstel daarvan met een instructeur op ruim water. Dicht bij obstakels kies je tijdig een veilige uitweg in plaats van steeds opnieuw te proberen.

Na de draai

Controleer verkeer, koers en zeilstand. De nieuwe fokkenschoot draagt nu de trekkracht; de oude ligt vrij en trekt niet aan de fok. Lag de fok vóór de overstag aan bakboord, dan heb je de bakboordfokkenschoot gevierd en van de bakboordlier genomen. De stuurboordfokkenschoot staat nu op de stuurboordlier. Bij de volgende overstag wisselen die rollen om.

Bronnen en verdere uitleg:

RYA · koersen ten opzichte van de wind NauticEd · overstag gaan en fokkenschoten wisselen LTD Sailing · een lier voorbereiden, bedienen en lossen Harken · lierhandleiding met algemene bedieningsaanwijzingen (PDF)

Bedieningsbronnen geraadpleegd op 8 september 2026. Dit voorbeeld gebruikt twee fokkenschoten en handbediende lieren. Een keerfok met één fokkenschoot heeft een andere bediening.