Hoofdstuk 5 · Weten waar je vaart

5.2 Vaarwegmarkering begrijpen

Lees de vaargeul in de juiste richting

Rode en groene boeien markeren de twee randen van een vaargeul. Welke kleur je links of rechts van de boot houdt, hangt af van je vaarrichting. Hieronder gebruiken we het IALA-A-systeem, zoals op de Nederlandse zeevaarwegen.

De betonningsrichting is de afgesproken richting van waaruit de rode en groene zijden van de vaargeul zijn bepaald. Bij een havenaanloop is dat doorgaans van zee naar de haven. Zoek deze richting op de actuele waterkaart of in de bijbehorende vaarweginformatie. Staat er een betonningspijl op de kaart, dan wijst die in deze afgesproken richting.

  • Je vaart met de betonningsrichting mee: kijk vooruit over de boeg. Houd de rode boeien aan bakboord, links van je boot, en de groene boeien aan stuurboord, rechts van je boot.
  • Je vaart tegen de betonningsrichting in: je volgt dezelfde vaargeul in de omgekeerde richting, bijvoorbeeld terug naar zee. Kijk weer vooruit over de boeg. Nu houd je de rode boeien aan stuurboord, rechts van je boot, en de groene boeien aan bakboord, links van je boot.

Voorbeeld: een haven binnenvaren en weer uitvaren. Op de kaart loopt de betonningsrichting van zee naar de haven. Bij het binnenvaren houd je rood links en groen rechts. Vaar je later vanuit die haven door dezelfde geul terug naar zee, dan houd je rood rechts en groen links.

De boeien blijven op dezelfde plaats liggen; jouw boot wijst nu de andere richting uit. Je blijft in beide richtingen binnen de door rood en groen begrensde vaargeul.

Op binnenwateren kan een ander betonningssysteem gelden. Controleer daar op de kaart en in de vaarweginformatie hoe de rode en groene vaargeulranden voor jouw route zijn aangegeven.

Controleer naast kleur ook vorm, nummer en positie. Rood is doorgaans stomp/cilindrisch, groen spits/kegelvormig. Een drijvende ton kan verplaatst zijn; bepaal je positie niet aan één kenmerk alleen.

Kardinale markering: passeer aan de genoemde kant

Kijk naar de twee zwarte kegels boven op de markering: samen vormen die het topteken. Vergelijk ook de zwart-gele kleurvlakken op de boei. De tekeningen tonen de markeringen van opzij; beide kegels zijn altijd zwart.

Noord

Noordmarkering: twee zwarte kegels boven elkaar met beide punten omhoog. De boei is boven zwart en onder geel.
Beide punten omhoog. Boven zwart, onder geel. Passeer ten noorden van deze markering.

Oost

Oostmarkering: de bovenste zwarte kegel wijst omhoog, de onderste omlaag. De punten wijzen van elkaar af. De boei is van boven naar beneden zwart, geel, zwart.
De punten wijzen van elkaar af. Van boven naar beneden: zwart, geel, zwart. Passeer ten oosten van deze markering.

Zuid

Zuidmarkering: twee zwarte kegels boven elkaar met beide punten omlaag. De boei is boven geel en onder zwart.
Beide punten omlaag. Boven geel, onder zwart. Passeer ten zuiden van deze markering.

West

Westmarkering: de bovenste zwarte kegel wijst omlaag, de onderste omhoog. De punten wijzen naar elkaar toe. De boei is van boven naar beneden geel, zwart, geel.
De punten wijzen naar elkaar toe. Van boven naar beneden: geel, zwart, geel. Passeer ten westen van deze markering.

Geheugensteun: de kegelpunten wijzen naar de zwarte kleurvlakken op de boei. Bij noord zitten die boven, bij zuid onder, bij oost boven én onder en bij west in het midden. De vorm van de boei kan verschillen; herken de combinatie van topteken en kleuren.

De naam verwijst naar de veilige zijde ten opzichte van de markering, niet naar ‘links’ of ‘rechts’ vanuit jouw boot. Bepaal noord op het kompas en bekijk de omvang van het gevaar op de kaart.

Herken licht en bijzondere tekens

Kardinale witte lichten herken je als noord doorgaand snel, oost groepen van drie, zuid zes met een lange flits en west negen. Vergelijk tempo en periode met de kaart.

Noord

Doorgaand snelle witte flitsen.

Oost

Drie witte flitsen, dan een donkere pauze.

Zuid

Zes witte flitsen en één lange, dan een donkere pauze.

West

Negen witte flitsen, dan een donkere pauze.

Een gele markering duidt een bijzondere functie of gebied aan: lees de kaart voordat je erdoor vaart. Rood-witte verticale strepen duiden veilig-vaarwatermarkering aan. Zwart-rode banden met twee zwarte bollen duiden een geïsoleerd gevaar aan; zoek de veilige afstand op de kaart.

Gele boei met een geel kruis bovenop.

Bijzondere markering

Geel: zoek de functie of het gebied op de kaart.
Rood-wit verticaal gestreepte boei met een rode bol bovenop.

Veilig-vaarwatermarkering

Herken de verticale rode en witte strepen.
Zwarte boei met een horizontale rode band en twee zwarte bollen boven elkaar.

Geïsoleerd gevaar

Zwart-rode banden en twee zwarte bollen: bepaal de veilige afstand op de kaart.

Bij een brug gebruik je de actuele bruglichten en aanwijzingen om te bepalen of je mag doorvaren. Een open brug betekent niet automatisch toestemming. Raadpleeg de vaarwegtekens voor de betreffende situatie.

Opgehaalde brug met een vast rood bruglicht. Het groene licht is uit.
Brug open, licht rood: wacht op toestemming.

Als je een ton niet herkent

Haal vaart uit de boot waar dat veilig kan en houd afstand van ondieptes. Vergelijk nummer, topteken en kaartpositie. Keer zo nodig terug naar de laatst zekere positie; vaar niet tussen onbekende tonnen door om te kijken waar je uitkomt.

Bronnen en verdere uitleg:

IALA · maritiem betonningssysteem (PDF) Nederlandse uitleg · betonningsrichting en kardinale markeringen, bijlage 2 Maritime NZ · markeringen en lichtkarakters volgens IALA (PDF) Varen doe je Samen · doorvaren bij een open brug

Uitleg, tekeningen en lichtbeelden gecontroleerd op 8 september 2026. Eigen schematische illustraties; de kegelstanden, kleuren en lichtbeelden volgen de bronbeschrijvingen. De animaties tonen de snelle variant van de kardinale lichten. Het havenvoorbeeld gebruikt IALA-A; raadpleeg voor een echte tocht de actuele waterkaart en vaarweginformatie.