Ware wind en schijnbare wind
Ware wind
Ware wind is de wind die je op een vaste plek aan de wal voelt. Gebruik vlaggen, bomen en rimpels op het water om je op die windrichting te oriënteren. Kies een herkenningspunt aan de wal als geheugensteun: wanneer de boot draait, hoeft de ware wind niet van richting te veranderen.
Schijnbare wind
Denk aan een windstille dag waarop je hard fietst: je voelt toch wind in je gezicht doordat je vooruit beweegt. Dat is schijnbare wind.
Schijnbare wind is de wind die je aan boord voelt. De ware wind en de beweging van de boot bepalen samen de richting en sterkte van die wind. Vaar je de wind tegemoet, dan voel je meer wind in je gezicht; vaar je met de wind mee, dan voel je meestal minder wind. Ook de richting kan verschillen.
Gebruik de wind die je aan boord voelt en de telltales om te beoordelen hoe de zeilen worden aangestroomd. Na een koerswijziging of verandering van snelheid kan het nodig zijn de zeilstand aan te passen, ook als de ware wind gelijk blijft.
Bepaal waar de wind vandaan komt
Oriënteer je vóór vertrek op de windrichting. Kijk naar vlaggen, bomen en rimpels op het water en bepaal hoe de wind op de wal staat: waait hij naar de wal toe, van de wal af of erlangs? Kies een herkenbaar punt aan de wal in de richting waar de wind vandaan komt, bijvoorbeeld een gebouw of een groep bomen.
Gebruik dat punt als geheugensteun wanneer de boot draait. De wind komt daardoor aan boord van een andere kant, maar hoeft ten opzichte van de wal niet van richting te zijn veranderd. Kijk na een koerswijziging opnieuw naar je herkenningspunt en wijs aan waar de wind vandaan komt. Controleer onderweg of de windrichting nog klopt; ook de wind zelf kan draaien.
Je kunt de windrichting ook voelen. Ga buiten de luwte van kajuit en zeilen staan of zitten en draai je gezicht rustig naar de wind. Wanneer je de wind aan beide oren ongeveer even sterk voelt, kijk je met je gezicht ongeveer in de richting waar hij vandaan komt. Doe dit eerst vóór vertrek, wanneer de boot stilligt. Tijdens het varen voel je de schijnbare wind: de beweging van de boot beïnvloedt dan de richting die je voelt.
De punt van de windvaan boven in de mast wijst naar de herkomst van de wind. Een vrij uitwaaiend lint wijst juist met zijn losse eind van de wind af. Kies een lint buiten de luwte van kajuit en zeil.
Kijk naar de boeg. Komt de wind van links, dan is bakboord de loefzijde en stuurboord de lijzijde. Bij wind van rechts is dat andersom. Bakboord en stuurboord blijven bij de boot horen, ook wanneer jij achteruit kijkt.
Kijk ook naar de vorm van een goed gevuld zeil: de holle kant is de loefzijde van het zeil, de kant waar de wind tegenaan komt. De bolle kant is de lijzijde van het zeil. Klappert het zeil, gebruik dan de windvaan of een vrij uitwaaiend lint om de windrichting te bepalen.
Controleer de windsoort op het instrument
Zoek apparent/schijnbaar of true/waar op het scherm. De windvaan meet op een varende boot schijnbare wind: de luchtbeweging ten opzichte van de boot. Ware wind wordt berekend met informatie over de beweging van de boot. Controleer of het instrument snelheid door het water of over de grond gebruikt.
Gebruik schijnbare wind en telltales om te trimmen. De weersverwachting beschrijft de ware wind in het gebied. Vergelijk deze getallen niet alsof ze hetzelfde meten.
Kijk vooruit naar een vlaag
Donkere rimpelbanen kunnen een vlaag aankondigen. Meld die, houd de grootschoot bedienbaar en kijk naar helling en roerdruk. Bij blijvend te veel belasting: reven.
Vaar op vrij water een vaste koers. Terwijl de boot versnelt, komt de schijnbare wind doorgaans meer van voren. Houd de koers vast en trim zo nodig bij; stuur niet automatisch achter iedere beweging van de windvaan aan.
Bronnen en verdere uitleg:
RYA · koersen ten opzichte van de windGeraadpleegd op 7 september 2026. Bedieningsdetails hangen af van de aanwezige uitrusting. De voorbeelden zijn oefensituaties.